De drukte van Kampala ligt achter ons. We rijden op de highway naar Kitgum, in het noorden van Uganda. De highway is goed begaanbaar. Aan weerszijden van de highway is het, in de dorpjes waar we doorkomen, roodbruin. De enige verharde weg is de weg waar wij op rijden. Rond de middag stoppen we bij een wegrestaurant waar we samen lunchen. We krijgen rijst, bonen, millet, cassave en vlees opgeschept. Het vlees is vrij taai. Ik leer in Uganda naast mes en vork ook op een handige wijze gebruik te maken van mijn vingers, waarmee ik het vlees uit elkaar trek omdat het niet te snijden is.

Wanneer we genoeg gegeten hebben, nemen we allemaal weer een flesje water mee de auto in. Water is noodzakelijk om de vochtvoorraad op peil te houden. De hele middag rijden we door. Het landschap wordt steeds groener. Het olifantengras staat hoog en verbergt de kinderen die daarin aan het spelen zijn. De plaggenhutten die doen denken aan ‘de Negerhut van oom Tom’ staan links en rechts van de highway. Soms zomaar een enkele, soms een hele compound bij elkaar. De mensen zijn hier met weinig tevreden. Alhoewel ook bij deze hutjes de mobiele telefoon niet altijd ontbreekt.

Een half uur voordat we in Kitgum zijn begint de auto ineens te schokken en blijken we een lekke band te hebben. We hebben niet een goede krik bij ons, maar met behulp van een gewillige voorbijganger, die ons zijn eigen krik geeft, kunnen we na een klein uurtje onze reis weer vervolgen. Na een reis van negen uur komen we op de plek van onze bestemming aan. In Kitgum is een prachtig hotel voor ons. Onze buren wonen in plaggenhutten.

De volgende dag wonen we de graduation ceremonie bij van 35 studenten. Ze hebben het hele NET-curriculum doorlopen. Tien cursussen hebben ze afgerond. Vandaag ontvangen ze hun certificaat. Wanneer we om tien uur, volgens planning, arriveren aan het begin van het programma, blijken de tenten nog opgebouwd te moeten worden. Naar goed Afrikaans gebruik start de bijeenkomst een uur te laat, terwijl er nog af en toe mensen binnendruppelen. De cursisten krijgen allemaal een toga aan. Ook de docenten en wij als gasten krijgen een toga. Zelf heb ik er als fotograaf – en gezien de warmte – voor gekozen de toga niet aan te doen.

Het is een waardige bijeenkomst, waarin veel sprekers zich laten horen. De bedankjes en de wensen zijn niet van de lucht. Er is veel ruimte voor zang en er wordt ook uit volle borst meegezongen en bewogen. De blijdschap straalt van de gezichten af. Voor sommigen is het wellicht het eerste certificaat/diploma dat ze ooit hebben gekregen. Allen geven aan veel geleerd te hebben en in hun praktijk hier nu al gebruik van te maken. Mooi ook om te horen hoe een andere manier van werken – veel meer aandacht voor pastoraat – juist ook voor mensen tot zegen is. ‘Zij gaven hun leven aan de Heere!’

We zien dankbare cursisten, dankbare docenten. Wij zijn dankbaar dat God dit mooie werk zegent. Dankbaarheid overheerst wanneer we, na de bijeenkomst die ruim twee uur langer duurde dan gepland, terug op de hotelkamer de dag overdenken.